Een kostbaar geschenk van Rembrandt

Iconen langs de Vliet

Iconen langs de Vliet

Home > Een kostbaar geschenk van Rembrandt

Een kostbaar geschenk van Rembrandt

Rembrandt is onze grootste kunstenaar, daarover bestaat weinig twijfel. Als heel  jonge schilder werd zijn uitzonderlijke talent voor het eerst ontdekt door Constantijn Huygens. Dat schiep tussen beide mannen een speciale band.

Het is 12 januari 1639, en in de Republiek der Verenigde Nederlanden is het ijzig koud. De Kleine IJstijd noemen wij die periode nu. Ook de betrekkingen tussen Rembrandt van Rijn en Constantijn Huygens bevinden zich in een ijzig stadium. En niet voor niets. Constantijn, die de jonge Rembrandt in 1629 op zijn Leidse atelier bezocht, zijn genialiteit herkende en daarover enthousiast schreef, bezorgt hem sindsdien veel opdrachten van het stadhouderlijk hof in Den Haag. Keer op keer weet hij Frederik Hendrik te overtuigen bij Rembrandt schilderijen te bestellen. De meest prestigieuze opdracht is een serie van vijf taferelen met het lijden van Jezus, de zogenoemde Passie-serie. De bestelling dateert uit 1632 en nu, zeven jaar later, stuurt de schilder eindelijk de laatste twee werken uit de reeks vanuit Amsterdam naar Den Haag.

Rembrandt moet zich schuldig hebben gevoeld over de enorme vertraging. Hij stuurt Constantijn namelijk een vriendelijk briefje, dat eindigt met de woorden: ‘Ende om dat mijn heer in deesen saeken voor die 2de maels bemoijt wert, oock tot een eerkentenissen een stuck bij gedaen, weesende 10 voeten lanck ende 8 voeten hooch, dat sal mijn heer vereerweerden in sijn Huijsen.’ Hij schrijft dus dat hij Constantijn, ‘voor al zijn moeite’, als dank een schilderij stuurt. En geen kleintje, het meet zo’n drie bij twee meter. Een slagje  kleiner dan de Stier van Potter.

We kennen het schilderij. Het is de ‘Blindmaking van Samson’, een doek dat tegenwoordig een van de topstukken is van het Städel Museum in Frankfurt. Het toont het verhaal van Samson, de held die zijn fenomenale kracht verloor nadat zijn lange haren door zijn minnares Delila waren afgeknipt. In dit schilderij schildert Rembrandt wat je noemt ‘met alle remmen los’. Je ziet Delila naar buiten vluchten, met een schaar en de afgeknipte haren van Samson in haar handen. Haar metgezellen werpen zich op Samson en houden hem tegen de grond, terwijl een van hen hem met een dolk de ogen uitsteekt. Het bloedstollende zit hem in de verwrongen gelaatsuitdrukking van Samson, en het bloed dat letterlijk in het rond lijkt te spatten. Het is eigenlijk te gruwelijk om naar te kijken …   

Als geschenk is het buitengewoon kostbaar. Heeft Constantijn het geaccepteerd? Dat weten we niet, een bedankbriefje aan Rembrandt is niet bewaard gebleven. Kon het monumentale werk überhaupt door de voordeur van zijn huis aan het Plein in Den Haag?  Dat zijn vragen waarop we geen antwoord hebben. Maar indien Constantijn het cadeau in ontvangst heeft genomen, bezat hij daarmee de meest bijzondere Rembrandt in Holland. Terecht, hij had Rembrandt immers ‘ontdekt’.

[Bijschrift:]  Rembrandt, De blindmaking van Samson, 1636
 

Door Peter van der Ploeg