Een wonder-werck

Ik, Vondel

Hans Croiset, Ik, Vondel, Aantekeningen uit de laatste jaren van mijn leven. Roman. Amsterdam, Cossee 2017.

Home > Een wonder-werck

Een wonder-werck

Kees Stal, Een wonder-werck, door menschen handen. De aanleg van de Scheveningseweg

Historische Reeks Muzee Scheveningen nr. 21, 2017

Paperback, 128 p., ills. in kleur en zwart-wit

ISBN 978 90 820 8255 5

€ 14,95

 

Henk Slechte

Kees Stal vertelt op basis van grondig archiefonderzoek waarom en hoe de eerste brede, verharde en kaarsrechte straatweg dwars door de ‘wildernis’ van Holland tot stand kwam, wie zich daarvoor inzetten en wie al dan niet terecht met de eer is gaan strijken. Na driehonderd jaar maakt dit boek een einde aan een hardnekkige mythe. Bovendien geeft het inzicht in de lobby voor en de kosten van een project dat voor zeventiende-eeuwse begrippen technisch en financieel buitensporig was.

De mythe is dat de weg is bedacht door de dichter en staatsman Constantijn Huygens (1597-1687), heer van Zuylichem, en naar zijn ontwerp is uitgevoerd. Huygens is daarvoor bij het derde eeuwfeest van zijn geboorte (1897) geëerd met een borstbeeld en bij de herdenking van zijn driehonderdste sterfdag (1987) met een zwerfkei, die aan de kant van de weg is geplaatst met twee versregels uit zijn Batava Tempe. Stal stelt echter vast dat de weg is bedacht door twee regenten en aangelegd naar een ontwerp van de landmeter Johan van Swieten. Wel was Huygens een vroege, visionaire en invloedrijke pleitbezorger voor de ‘snelweg’ van Den Haag naar Scheveningen – een lobbyist, zouden wij nu zeggen. Dit boek werpt daarom tevens een nieuw en onthullend licht op Huygens’ fameuze lofdicht De zee-straet van ’s Graven-Hage op Schevening, dat in 1667 in de Haagse boekhandel een bestseller was.

Een bestrate weg tussen het regeringscentrum Den Haag en het vissersdorp Scheveningen vergemakkelijkte het economische verkeer door de duinen, maar dat was niet de voornaamste reden voor de aanleg. Doorslaggevend voor de beslissers was de chaos bij aankomst en vertrek van hooggeplaatste personen. Bijvoorbeeld bij het vertrek van de Engelse koningin Henrietta Maria in 1643 en van de Engelse koning Karel II in 1660, toen duizenden dienaren en uitzwaaiers te paard, in koetsen en te voet moeizaam door het zand van Den Haag naar Scheveningen zeulden. Het onhandige gedoe in de duinen was niet bevorderlijk voor de reputatie van Den Haag als verblijfplaats voor vorsten. In dat opzicht was de straatweg een vorm van wat we tegenwoordig city branding noemen. De ‘hogesnelheidslijn’ van ruim twee kilometer lengte was breed genoeg om twee rijtuigen elkaar te laten passeren.

Stal beschrijft en analyseert de redenen die aan de straatweg ten grondslag lagen, maar ook de plannen, hun makers en de bijbehorende begrotingen. Constantijn Huygens, secretaris van de stadhouders Frederik Hendrik en Willem II, was de belangrijkste en de meest welsprekende propagandist van het project. Het was echter niet zijn plan dat werd uitgevoerd – en uit frustratie daarover vergrootte hij in zijn Zee-straet van ’s Graven-Hage op Schevening (1667) zijn eigen aandeel. Het gevolg van zijn borstklopperij was dat hij de geschiedenis is ingegaan als de ontwerper van de Scheveningseweg.

In Zee-straet maakt hij in 1024 regels duidelijk dat er zonder hem geen weg naar Scheveningen zou zijn geweest. Als bewijs voegde hij zijn notitie over de ‘steenwegh’ uit 1653 toe en een aantal brieven die op zijn minst suggereren dat de Haagse magistraat met een ontwerp van hemzelf aan de slag was gegaan. Als titelprent gebruikte hij een schitterende ets van Romeyn de Hooghe naar een tekening van Jan de Bisschop; de kaarsrechte weg is daarop afgebeeld met een indrukwekkende stenen toegangspoort, waarboven Huygens’ lijfspreuk en pseudoniem ‘Constanter’ te lezen valt. Die poort was een iconografische fictie, in werkelijkheid stond er een houten hek dat is afgebeeld op een gravure van Cornelis Elandts uit 1681. De duidelijk gefrustreerde Huygens richtte met zijn Zee-straet een monument op voor zichzelf. Hij had de straat naar Scheveningen bedacht. Daar kon niemand meer omheen.

Stal zet dat recht, geeft iedereen de eer die hem toekomt en vertelt hoe het met de bedenkers en uitvoerders is afgelopen. Prachtig is zijn gedetailleerde beschrijving van de bourgondische viering van de voltooiing van het project in 1665, waarbij de technische man Johan van Swieten moest aanzitten op een bescheiden plek vanwege zijn lage maatschappelijke status. De auteur heeft zich niet laten verleiden tot het uitdiepen van de eeuwenlange geschiedenis van de Scheveningseweg. De latere bebouwing en alle veranderingen in de negentiende en twintigste eeuw noemt hij kort in de epiloog, maar een uitvoerige beschrijving daarvan laat hij wijselijk over aan een volgende auteur. Dit boek is een erudiet, smakelijk en degelijk werk dat ook een niet-Hagenaar in één ruk uitleest.

Deze recensie is eerder verschenen in De Boekenwereld. Blad voor bijzondere collecties, 33, nr. 4, 2017 en mocht hier herplaatst worden met dank aan redactie en Henk Slechte.