![]() |
'k Wil Hofwijck, als het is, 'k wil Hofwijck,
|
Hofwijck, een Voorburgs paradijs naar Gods beeldIn bijgaand artikel, een bewerking van een kort verhaal van Kees van der Leer, vindt u een beknopte geschiedenis van Hofwijck. U leest daarin hoe zorgvuldig Huygens zijn buitenplaats ontwierp, als een paradijs naar Gods beeld. U kunt het verhaal ook printen. Onderaan dit artikel vindt u de printknop. Een prima beginpunt dus voor een werkstuk over Hofwijck en Huygens.
Vanaf station Voorburg trekken lange rijen moeraseiken de blik van de reiziger richting Vliet. Daar beneden in de verte staat het buitenhuis Hofwijck: een 17de-eeuwse kubus met piramidevormig dak, die hoog oprijst boven het stille water van de omringende vijver. De muurschilderingen (grisailles) lijken uit de verte forse beelden, die de kringloop der seizoenen in de tuin aanschouwen. Ze zagen vele generaties bewoners, kleurrijke gasten, grillige liefdes en wanhopige eenzaamheid. Ook hebben ze machteloos moeten toezien hoe de spoordijk hun weidse zicht fors inkromp. Weinig treinreizigers zullen beseffen dat het uitzicht vanaf het station zelf ook historisch is. Hier had bouwheer Constantijn Huygens een berg met uitzichttoren laten aanleggen, vanwaar men de tuin, die het menselijk lichaam uitbeeldde, kon overzien. Constantijn Huygens (1596-1687) was een veelzijdig man: spitsvondig dichter,
begaafd componist, bespeler van vele instrumenten en een opmerkelijk kunstkenner.
Ook ontwierp hij twee fraaie gebouwen en een spraakmakende tuin. Natuurlijk
was dit alles vrijetijdsbesteding, want een deftig heer als hij kon zich
hiermee niet beroepshalve bezighouden. Constantijn was een bekwaam diplomaat
en de ijverige secretaris van drie opeenvolgende Oranjestadhouders. Op 15 februari 1640 overnacht Constantijn in Haarlem bij de architect
Jacob van Campen. Is het daar dat werd besloten om Vitruvius letterlijk
uit te voeren door het menselijk lichaam zelf in de grondlijnen van de
buitenplaats uit te beelden? In een lang hofdicht getiteld Hofwijck beschrijft
Constantijn uitvoerig hoe het buiten tot stand kwam, dankzij de samenwerking
met Jacob van Campen en Pieter Post. De natuur zelf dirigeerde de hoofdindeling
van de buitenplaats. De grond tussen Lijtwech en Heerwech blijkt uit onvruchtbare
zandgrond te bestaan. Daar zou dus de wilde tuin moeten komen. De grond
tussen Heerwech en Vliet blijkt vruchtbare kleigrond, voorbestemd voor
de tamme tuin. Het huis zou direct naast de Vliet worden gebouwd, in een
vijver, als een stenen fles in een verkoelend vat. Het huis wordt een kubus van baksteen, op een stenen onderbouw oprijzend uit het water, met een piramidevormig dak, uitlopend in een vierkante schoorsteen, bekroond met een fraai sierijzer. Op de vlakke muren, tussen de symmetrisch geplaatste ramen en naast de deur, komen grisailles die de illusie geven van beelden in nissen, zonder dat het kubusidee wordt verstoord door uitstulpingen. Ondertussen doet zich bij de aanleg van de tuin een probleem voor. De zandgrond in de overtuin blijkt zo slecht dat de zojuist geplante eikebomen in grote getale dood gaan. Het lijkt volgens Constantijn wel een duivelse zet om de terugkeer van het aardse paradijs te verhinderen. Pieter Post adviseert echter heel nuchter dit helse zand dan maar af te graven. Besloten wordt om van het zand een heuvel op te werpen met een 'groene muts' van gras, veldkruid en madeliefjes. De hoge berg biedt tevens een aardig uitzicht over de wijde omgeving, tot aan de zee bij Scheveningen. Begin februari 1642 wordt Hofwijck feestelijk ingewijd. De naam luidt
Vitaulium in het Latijn en Hofwijck op z’n Hollands, een vondst
met mooie woordspelingen. De buitenplaats is een wijck (plek) met hof
(tuin), bedoeld om het hof der Oranjes te kunnen wijcken. Vitaulium is
afgeleid van vitae aula, de levenshof, oftewel het Hof van Eden met de
boom des levens. Bovendien verwijst Vitaulium naar vitruvii aula, de hof
van Vitruvius. Overdag was Hofwijck een paradijs van gastvrijheid, vermaak en bezinning.
Men kon er boogschieten onderaan de berg, fruit plukken in de boomgaard,
of kegelen op de ‘bolbaen’ langs de Vliet. Vaak werd in de
pronkzaal of in de tuin gemusiceerd en gezongen. Muziek was voor Constantijn
zo belangrijk dat hij in de plattegrond van Hofwijck haast vanzelfsprekend
maten had gebruikt die op een snaar welluidende klanken zouden voortbrengen.
Vlakbij de bolbaen was de uitzit in de Vliet. Daar zat Constantijn alleen
of met zijn gasten te genieten van het uitzicht en van de vele schepen
die voorbij voeren. Kort familieberaad leidt tot het voorstel om Christiaan, de middelste
zoon, op Hofwijck te laten wonen. Christiaan was inmiddels in Europa befaamd
om zijn geschriften en ontdekkingen op het gebied van wiskunde, astronomie
en natuurkunde. In december 1687 schrijft Christiaan aan zijn broer Lodewijck
dat hij het voorstel om op Hofwijck te gaan wonen een goed idee vond ‘zowel
om de huurkosten [...] uit te sparen, alsook omdat ik meen dat, als ik
er iets tegenaan bouw om het huis te vergroten en er mijn bibliotheek
in te plaatsen, ik er heel plezierig zal kunnen wonen’. De nieuwe eigenaar Jacob des Tombe laat op Hofwijck grote aantallen bomen omhakken, simpel omdat het hout geld opbracht. Ook de grote loden beelden worden verkocht. Met het huis gaan de nieuwe eigenaren aanvankelijk zorgvuldiger om. Vanaf 1840 echter gaat het bergafwaarts met de buitenplaats. Op het terrein van Hofwijck wordt een vetreinigings- annex kaarsenfabriek gebouwd die door zijn stinkende rook de laatste zangvogels verjaagt, en daarmee de laatste muzikale herinneringen aan de tijden van weleer. In 1849 lijkt de teloorgang definitief: Hofwijck wordt voor afbraak geveild. Maar redding daagt in de persoon van staatsman Guillaume Groen van Prinsterer, de bewoner van de Voorburgse buitenplaats Vreugd en Rust. Hij koopt Hofwijck omdat hij vindt dat de herinnering aan Huygens niet mag verdwijnen. Wanneer in 1868 de spoorwegen een spoorlijn plannen, dwars door de tuin van Hofwijck, dient hij een fel bezwaarschrift in. Het mag niet baten. Een groot stuk van het tuinlichaam wordt geamputeerd door de spoorbaan die uiteindelijk schuin door de tuin kwam te lopen.
In 1987, tijdens de ingrijpende spoorverhoging en -verbreding, kreeg de tuin een opknapbeurt. Deze gaf de Hofwijcktuin het aanzien van een goedbedoelde imitatie oud-Hollandse kruidentuin, die nauwelijks herinnert aan het oude tuinplan van Constantijn Huygens. Het middenpad dat eertijds de noordzuidas van de tuin aangaf, werd vervangen door een brede sloot. De eilanden naast het huis kregen nieuwe bruggetjes over de dwarssloten. Op de plek van de overtuin, die allang niet meer bij Hofwijck hoort, verrees in 1987 hoog bovenop de spoordijk het nieuwe station. Beneden op het stationsplein werden lange rijen moeraseiken geplant die met hun zichtassen de aandacht op Hofwijck vestigen. Vanaf de Vlietkant gezien lijkt Hofwijck tegenwoordig nog het meest op de befaamde buitenplaats uit de tijd van Constantijn Huygens. Sinds enkele jaren wordt het huis ook weer, zoals vroeger, vanaf de Vlietkant beschermd door een muur van bomen. In 1997 ook de uitzit aan de Vliet weer teruggebracht. De tuin van Hofwijck kon in 2004 na een grondig historisch onderzoek in oude luister worden hersteld. De historische padenstructuur en de beplanting zijn gereconstrueerd volgens Huygens’ ontwerp uit 1640. De prent Vitaulium Hofwijck en Huygens gedicht over zijn buitenplaat; Hofwijck, van ruim 2800 regels, vormden de belangrijkste bronnen voor deze verantwoorde reconstructie. In De Prate-banck van 2002, 2003 en 2004 kunt u meer lezen over aanpak en verantwoording van deze tuinreconstructie. Bezoekers kunnen nu net als Huygens vrienden over de buitenplaats dwalen waarbij een audiotour hen op de tonen van Huygens’ eigen composities en aan de hand van versregels uit zijn gedicht Hofwijck rondleidt door het huis en de tuin. Het boeiende verhaal van Hofwijck komt zo echt tot leven. De audiotour is in het Nederlands en het Engels beschikbaar. Kinderen van 8 t/m 11 jaar kunnen met Hofwijck kennismaken door een speciaal voor hen bestemde audiotour. In de tuin kan de bezoeker zich weer even terugwanen in Huygens’ tijd, toen zijn gasten hier wandelden, musiceerden en converseerden over kunst en literatuur. Met enig geluk kan de bezoeker op een late zomeravond de nachtegaal horen. Die zingt een weemoedig lied ter herinnering aan de vriendin van Constantijn Huygens die tijdens warme zomeravonden zo mooi zong dat alle vogels uit bewondering zwegen. De terugkeer van de nachtegaal bewijst dat er weer muziek in Hofwijck zit. |